B U B B E L : Recreëren in virtuele werelden/ Olof van de Wal

Recreëren in virtuele werelden

Vrijetijdsbeleving lijkt tot steeds grotere contrasten te leiden. Je kunt je negen dagen laten
meevoeren op verzorgde vakanties, je kunt jezelf vanaf 30 meter hoogte in de diepte werpen, met alleen een touw om de enkels geslagen. Je kunt zondagmiddag besteden aan het winkelen en je kan proberen te voet de waddeneilanden te bereiken. Nog niet eerder leken de vrijheid en de mogelijkheden van mensen zo groot om de gezelligheid in een groep te kiezen of een flirt met het risico aan te gaan.

In een wereld waarin de werkdruk niet aflaat en tot stevige stress leidt in zowat alle lagen van de samenleving is het keuzepakket aan recreatiemogelijkheden exponentieel gestegen. Wat een vrijheid kopen we voor onze ijver!

Vreemd is het daarom niet dat we zo zelfverzekerd op pad kunnen gaan. Als het ene ons niet bevalt, dan kunnen we altijd voor het andere kiezen. Voor elk wat wils. Als we een vakantie op het Canarische eiland La Palma boeken, dan hoeven we ons eigenlijk nergens zorgen over te maken, behalve dat we op tijd op het vliegveld aankomen. Sterker, we hoeven niet eens meer te weten waar we naar toe gaan, hoe de plaats van bestemming heet, wie er wonen et cetera. Dat vertelt de purser wel. Als we op La Palma aankomen (of was het toch Mallorca?), zien we vanaf het balkon van het appartement een mooi zwembad, en hopen we dat we de naam van het appartementencomplex en het dorpje waar we zitten kunnen onthouden.

En daar zit 'm meteen de kneep: de vrijheid in onze recreatie is zijn open einde kwijtgeraakt, onbekende risico's hebben we afgekocht met controle. We hebben nu een vrijheid in de keuze van het recreatiepakket. In alles wat we doen maken we de afweging wat we willen beleven en wat het mag kosten. Daar mag het dan vervolgens niet vanaf wijken. Als ik het avontuur opzoek op La Palma en door een fikse regenbui van de berg afspoel, dan is dat niet een ingecalculeerd risico en ga ik kijken wie ik daarvoor aansprakelijk kan stellen. Voor iedere vorm van vrijetijdsbeleving heb ik een set van voorwaarden en marges die bij die beleving horen. Ik schrijf me in voor een ervaring en aanvaard de risico's die bij die ervaring horen - maar het mag niet misgaan. Dan heeft iemand zijn werk niet goed gedaan. Feitelijk heeft de huidige vorm van recreëren weinig meer te maken met de rauwe werkelijkheid die in vroeger dagen van de vrije tijd buitenshuis een ongewisse expeditie maken. In het beeld van de economie van de controle past de gedachte van het contract. Onze recreatie heeft zich ontwikkeld tot contractactiviteit. De vrijetijdsbeleving is opgenomen in een economie, die niet de economie van de vrijheid is, maar een economie van de controle. Die controle maakt het mogelijk dat ervaring een belofte is geworden, in plaats van een beloning: je hebt nauwelijks nog ervaring nodig om een activiteit tot een goed einde te brengen, veel eerder onderneem je activiteiten om goede ervaringen op te doen. De controle doet ons ook het idee geven dat wat we ook ondernemen een onderbreking is van de dagelijkse gang van zaken, en deze niet in gevaar brengt. Je kunt zeggen dat we ons nu in virtuele werelden begeven, adventure games, die je aan kunt zetten en even zo gemakkelijk ook weer uit.

De contractuele omgang met de vrije tijd slaat sterk terug op de wijze waarop we de omgeving inrichten. In de vakantiebestemmingen is dat bij uitstek duidelijk: in een baan van 1 kilometer landinwaarts zijn voormalige vissersdorpjes uitgegroeid tot vakantie-resorts met witte gebouwencomplexen temidden van de palmbomen. Zo sterk is hier ingegrepen dat er nu stemmen opgaan om de reisbureaus aan de kaak te stellen die ons romantische vissersdorpjes beloven en ons dan in zo'n gebouwencomplex naast en achter andere van die complexen te plaatsen. Wrang genoeg is hier geen sprake van het onrecht dat bewoners van de vissersdorpjes is aangedaan, maar gaat om niet nagekomen verwachtingen van de romantische bezoeker van virtuele werelden. Op eilandengroepen als de Canarische eilanden gaat het zover dat de eilanden gemaakt lijken te zijn voor verschillende recreatievormen: Zon, zee en feesten doe je op Tenerife, rustig wandelen op La Palma.

Maar ook in Nederland zelf zien we steeds meer voorbeelden. In het nieuwe land, de Flevopolders zijn ze daar bijzonder voortvarend in. Bekend is wellicht het voorbeeld van het Kasteel dat in Almere wordt gebouwd, meer dan levensgroot gekopieerd van een origineel dat ergens in de Ardennen staat. En waarom? Omdat er geen goed decor was voor de trouwfoto's. En waar in de zestiende en zeventiende eeuw de Zuyderzee spookte is nu een ford van het VOC verrezen, vernoemd naar een stad in de Oost.: Bataviastad. Het is een eigentijds verdedigingswerk geworden. Binnen de wallen bevinden zich zogenaamde outletstores van gerenommeerde mode- en cosmeticamerken die hun ietwat verouderde produkten behoeden tegen de willekeur van de uitverkoop die ten koste gaat van de zorgvuldig gecreëerde werelden die ze verkopen. Ieder merk heeft er een eigen winkeltje en verkoopt de handelswaar tegen een (nauwelijks) gereduceerde prijs. Het is een beschutte plaats geworden waarin de menselijke maat voorop staat en met een uitgekiende vormgeving van puien en openbare ruimte een gezellig, tijdloos nostalgisch binnenstadje is gemaakt. Het is er schoon, veilig, de mensen zijn er vriendelijk en gelijkgestemd: ze willen kopen of verkopen. Wie dat niet wil (of kan) heeft er niets te zoeken, wie dat wel wil vindt er alle gemakken.

Dit zijn natuurlijk mooie en aansprekende voorbeelden, die we gemakkelijk kunnen zien en waarover we ons kunnen verwonderen, van kunnen genieten of enigszins treurig gestemd door kunnen raken. Al naar gelang de keuze in het pakket dat we willen maken. Maar daar blijft het niet bij. De mechanismen van de controle op ons recreëren werken ook in de manier waarop onze steden zijn (her)ingericht. Ze laten zich het best tonen in de overgang tussen het publieke en het private gebied, ofwel de privatisering van de openbare ruimte en de openbaring van de private ruimte. In Bataviastad doet de ruimte zich voor als openbaar, waar zij privaat is, nemen we de "koopgoot" in Rotterdam dan zien we dat aan de openbare ruimte daar beperkingen in het gebruik worden gesteld die horen bij een private ruimte.

Neem de binnenstad van Groningen. We lijken de binnenstad vooral te willen bezoeken om ons over te geven aan het consumeren: winkelen en in mindere mate uitgaan. Daar blijkt de binnenstad fantastisch op te zijn ingericht. De straten zijn overzichtelijk, de gele kleur van de bestrating geeft een warme en gezellige gloed en de afwezigheid van druk autoverkeer geeft een veilig gevoel. Je ziet overdag veel slenterende kopers en 's avonds de bezoekers van de horeca die zich weinig aantrekken van de scheiding tussen stoep en straat. De fietsers die zich 'roekeloos' een weg proberen te banen zijn vooral een bron van milde ergernis, evenals de enkele automobilist. Op de dagen waarop gewinkeld en gedronken wordt zijn de stad en de inrichting van de stad op hun best. De mensen komen er voor de sfeer en de geborgenheid die past bij het winkelen en het uitgaan en de stad geeft ze daar gelijk in. Kijken we naar een 'typische' dag waarop de vrijetijd in Nederland beleefd wordt, de zondag, dan vallen een paar zaken op. Ten eerste wordt er traditioneel niet gewinkeld en ten tweede gaat men op de zondag nauwelijks uit. De stad blijkt daar niet meer op te zijn ingericht. Op de zondagen is het uitgestorven in de binnenstad. Hoewel het zaterdag nog zo gezellig leek, is het er zondag minder prettig. De straten zijn leeg en lijken kil. De pleinen zijn groot en kaal. Af en toe wordt geprobeerd een aantal activiteiten te organiseren die de zondagse stilte moeten doorbreken, maar zelden met succes. Slechts een beperkte doelgroep laat zich verleiden om te komen, en zodra de activiteit is afgelopen is deze even zo snel weer weg. Pas als de stad haar ritme aanpast aan haar inrichting, en van de zondag een koopzondag maakt stroomt de stad weer vol.

Ook hier zou je kunnen spreken van het contract, in dit geval tussen de stad en de gebruikers van de stad, met als doel het reguleren van de belangrijkste vrijetijdsbesteding die de stad wil bieden. In de voorwaarden van dat contract, zou je kunnen zeggen, is de inrichting van de omgeving opgenomen. Zaken die inbreuk op het contract maken, zijn storend en worden als onrecht ervaren: een enkele zwerver en verslaafde is goed voor het stadsgevoel, zijn er meer dan moet de stad daar wat aan doen. Niet omdat het zielig of sneu is, maar omdat het de belangrijkste vrijetijdsbesteding stoort. Datzelfde geldt ook voor de aanwezigheid van vuil en beschadigd straatmeubilair en afwijkend (agressief) gedrag. Die zaken passen niet in het contract, en daar wordt men onzeker van, zowel degenen die zich aan de vrijetijdsbesteding overgeven (publiek) als degene die het aanbiedt (de stad). De risico-ervaring heeft geen plaats in het recreatiepakket van de stad. Dus wordt de stad goed onderhouden en plaatst men camera's. Het winkelen is, net als de andere vormen van vrijetijdsbesteding, een onderbreking van de dagelijkse werkzaamheden, naar believen aan en uit te zetten. En daarmee heeft ook de stad een nieuwe dimensie gekregen, die van de virtuele wereld van het gecontroleerd recreëren.

Olof van de Wal